Meer weten over nalaten aan de UM? Klik hier! Vraag nu een CooSa-subsidie aan voor jouw innovatieve studenteninitiatief!

Marcel & Eva: twee werelden, één verhaal #5

Marcel Aries is neuroloog-intensivist in het MUMC+ en oprichter van het HersenStrijd Fonds. Eva van Agt is professioneel wielrenster bij de Franse WorldTour-ploeg FDJ-Suez. In deze duocolumn verbinden zij hun werelden: topsport en hersengezondheid. Ze bespreken wat hen opvalt in hun werk én in hun gezamenlijke inzet tegen hersenletsel.

Ha Eva

Ik hoorde net op het Jeugdjournaal dat ze in Roemenië een ‘zwarte kaart’ introduceren. Niet voor een speler, maar voor te fanatieke ouders langs de lijn. Krijg je er één, dan wordt de wedstrijd direct definitief gestaakt. Over en uit voor beide teams, dankzij één dissonant langs de kant.

Ik ben af en toe scheidsrechter bij mijn zoontje onder de twaalf en verbaas me iedere keer weer over het gedrag langs het veld. Bij de laatste thuiswedstrijd werd het wel erg bont. Vloekende en schreeuwende trainers van de tegenpartij vonden dat de scheidsrechter het natuurlijk steeds mis had. Een meegereisde opa gaf met drukke gebaren en luid geschreeuw aan dat ik de slechtste scheidsrechter op aarde was.

Vanuit de gezondheidszorg ben ik wel wat gewend. Families kunnen zich in emotionele situaties behoorlijk laten gaan. Maar het lijkt wel alsof er ieder weekend ergens een tierende opa naar zijn kleinzoon komt kijken.

Wat ik misschien nog het vervelendste vind: de jongetjes op het veld nemen het gedrag over. Waarom zou je je gedragen als dat langs de lijn blijkbaar niet hoeft?

Ik snap heel goed dat trainers en begeleiders enorm veel tijd in zo’n team stoppen. Maar eerlijk gezegd denk ik dat zo’n zwarte kaart vooral méér olie op het vuur gooit. Eén fanatieke ouder verpest de wedstrijd voor iedereen.

Hoe was dat eigenlijk bij het hockey? Waren daar ook regelmatig opa’s, ouders en coaches die zich ontpopten tot bondscoach, scheidsrechter én VAR tegelijk?

Bij de club van mijn zoontje loopt gelukkig een vriendelijke dame met grijs haar rond die aan opa’s vraagt wat er precies scheelt. Wonder boven wonder heeft dat effect. Misschien is rustig vragen waarom iemand zo boos is wel een betere interventie dan een zwarte kaart.

Dus misschien geen zwarte kaart, maar gewoon een bos bloemen voor deze vrijwilligster. Elke wedstrijd weer…..Ze vond trouwens dat ik ‘redelijk’ floot. 😊 Na de kwalificatie ‘slechtste scheids op aarde’ toch een aardige opsteker.

Hoi Marcel

Wat irritant en treurig dat het zo moet gaan… Ik denk dat het er in het algemeen iets minder heftig aan toe gaat in het hockey. Mijn vader heeft regelmatig als grensrechter opgetreden bij de voetbalwedstrijden van mijn broertje en ervoer daar ook dat ouders ergerlijker en agressiever waren dan bij het hockey. Waarschijnlijk zijn hockey- en voetbalouders even fanatiek, maar is de sociale norm op het hockeyveld om dat fanatisme te verbergen (om vervolgens achter de schermen bij de technische commissie te gaan pushen dat hun kind toch echt geselecteerd moet worden voor dat eerstelijnsteam). Al zag ik recentelijk op het NOS Journaal dat Nederlandse hockeyclubs wangedrag langs de lijn wel degelijk als probleem ervaren en daarom posters ophangen om hier aandacht voor te vragen.

Wat ik me vooral kan herinneren, is het geschreeuw van coaches richting ons als speelsters. Als tienjarige mocht ik vervroegd naar het selectieteam, terwijl mijn vriendinnetjes pas het jaar erop zouden aansluiten. Dat op zich vond ik al spannend. Opeens speelde ik samen met meisjes uit groep 8, terwijl ik zelf in groep 7 zat: op die leeftijd een heel verschil. Helemaal op mijn gemak voelde ik me dus sowieso niet.

Vanuit de technische commissie werd aan mij en mijn ouders meegegeven dat het om mijn ontwikkeling ging en dat ik me daarom vrij moest voelen om fouten te maken in het veld. Maar als het er vervolgens in de wedstrijd om ging en ik de bal verloor bij het maken van een actie, kon onze coach (ook gewoon een vader) zijn frustraties niet inhouden. Terwijl hij zijn waterflesje opzichtig wegsmeet, bulderde hij dat ik het weer verkloot had. Krachttermen werden niet gespaard. Er zat zó veel boosheid in zijn stem dat ik er meteen van in mijn schulp kroop. Na afloop van een verloren wedstrijd heeft hij ons eens bij elkaar geroepen op het veld en geschreeuwd dat we ons moesten schamen. Wijzend naar onze ouders langs de kant fulmineerde hij dat zij allemaal voor niets waren komen kijken en dat zij hun tijd wel beter hadden kunnen besteden.

Mijn ouders twijfelden of ze me uit het team moesten halen en hebben er achteraf spijt van dat ze dat uiteindelijk niet hebben gedaan. Dit was overigens niet de enige coach die zo tekeer kon gaan. Op latere leeftijd kon ik het wel makkelijker van me af laten glijden. Maar tot aan mijn laatste hockeywedstrijd in de Verenigde Staten, op 21-jarige leeftijd, hebben mijn (daar overigens wel fantastische) coaches me keer op keer moeten aanmoedigen om niet te snel de bal af te spelen, maar juist acties te maken. Ik bleef bang om de bal te verliezen.

Tegenwoordig heb ik geen bal meer om af te spelen, maar heb ik nog steeds de neiging om me te snel voor het team op te offeren. Dit gedrag zal echt niet alleen voortkomen uit de ervaringen die ik op de hockeyvelden heb gehad; waarschijnlijk zit het ook gewoon diepgeworteld in mijn karakter. Andere meisjes leken er namelijk minder gevoelig voor te zijn. Toch had ik die vriendelijke dame met grijs haar graag met terugwerkende kracht ingehuurd. 😉