
Marcel Aries is neuroloog-intensivist in het MUMC+ en oprichter van het HersenStrijd Fonds. Eva van Agt is professioneel wielrenster bij de Franse WorldTour-ploeg FDJ-Suez. In deze duocolumn verbinden zij hun werelden: topsport en hersengezondheid. Ze bespreken wat hen opvalt in hun werk én in hun gezamenlijke inzet tegen hersenletsel.

Allereerst gefeliciteerd met jullie prachtige zege in de Giro. Wat een spanning, wat een sensatie. Vanaf dag één waren de Nederlandse rensters wereldnieuws (de fiets van Lorena Wiebes). Jullie hebben koersgeschiedenis geschreven.
Je hebt nu twee grote rondes achter elkaar gereden. Dat moet het lichaam toch voelen. Vorige week bezocht ik een filmavond van 10 jaar Limburg Cycling. Daar werd de documentaire “Tour de France: Nieuwe Helden” vertoond, met een piepjonge Tom Dumoulin in de hoofdrol. Het gaf een bijzonder inkijkje in het leven van een profrenner. De Nederlandse ploeg boekte destijds vier etappezeges met Marcel Kittel en een perfect functionerende sprinttrein.
Wat me vooral bijbleef, waren niet de overwinningen maar de verhalen erachter. Natuurlijk raken de benen vermoeid, maar minstens zo interessant was het mentale aspect. De eindeloze verplaatsingen, iedere dag opnieuw die hotelkamer, de bergen, de druk, het voortdurende moeten eten, herstellen en presteren. Het leven van een topsporter lijkt van buitenaf vaak romantisch, maar van dichtbij blijkt het vooral een aaneenschakeling van discipline en opoffering.
Terwijl de documentaire liet zien wat topsport met een lichaam doet, zag ik afgelopen weekend wat de tijd met een lichaam doet. Mijn weekenddienst was pittig. Waarom? De gemiddelde leeftijd van de ernstig zieke patiënten die we opnamen, lag rond de negentig jaar. Ja, je leest het goed: negentig jaar. Mensen die oorlogen, economische crises en een heel leven hebben doorstaan, maar die toch nog dagelijks deelnemen aan het verkeer.
Een vrachtwagen versus een rollator. Een poging om nog nét even over te steken. Door het oog van de naald gekropen. De rollator stond later als stil bewijs naast het ziekenhuisbed, met slechts twee schrammen. Alsof het metaal meer geluk had gehad dan de eigenaar.
Later stuurde een collega mij een filmpje van een wielerwedstrijd. Vanuit het publiek stak plots een hoogbejaarde vrouw met haar scootmobiel de weg over. Een halve seconde later lag een groot deel van het peloton tegen het asfalt. Ik denk dat het beter is dat jij dat filmpje niet ziet.
Toch kan ik me niet onttrekken aan een gedachte. Bij veel van de ongelukken die ik afgelopen weekend zag, lijken snelheid, gebrek aan overzicht en mogelijk verminderd zicht of gehoor een belangrijke rol te spelen. Het verkeer is sneller geworden, maar de reactiesnelheid van sommige deelnemers is niet mee geëvolueerd.
Wat me misschien nog wel het meest raakte, is dat een groot deel van deze ouderen niet meer volledig zal herstellen. Voor sommigen was dit ongeval misschien wel de laatste grote gebeurtenis van hun leven.
Een wrang contrast: waar jij in de Giro iedere dag grenzen verlegt om seconden te winnen, verliezen anderen op hoge leeftijd juist de strijd tegen tijd en snelheid. De één probeert steeds harder vooruit te komen. De ander probeert vooral nog veilig aan de overkant te geraken.
Hoe voelt dat eigenlijk voor jou? Na weken koersen aan de absolute limiet, tussen afdalingen, waaiers en massasprints, ervaar jij snelheid waarschijnlijk heel anders dan de meeste mensen. Merk je dat jouw gevoel voor risico verandert? Of blijft het juist bijzonder om te beseffen hoe kwetsbaar een mens eigenlijk is, of je nu negentig bent met een rollator of dertig met een rugnummer op je rug?

Bedankt voor de felicitaties! Het was inderdaad een spectaculaire ontknoping – voor ons ook. Lange tijd leek het een onmogelijke opgave, maar daardoor was het des te mooier toen het toch nog allemaal op zijn plek viel. Een voorrecht om erbij te mogen zijn.
Ik denk dat ik snelheid inderdaad anders ervaar dan de meeste mensen. Als er geen spannende bochten in een afdaling zitten, kan 70 km/u heel ontspannen voelen. Het is een beetje te vergelijken met wanneer je lange tijd op de snelweg hebt gereden en dan opeens de bebouwde kom in rijdt. Dan voelt 30 km/u opeens alsof je stilstaat en als je niet op let rijd je makkelijk te hard.
Maar volgens mij gaat het niet zozeer om snelheid, maar eerder om de complexiteit van verkeerssituaties. Het vermogen om die te verwerken en erop te reageren wordt sterk uitgedaagd tijdens de koers. De eerste paar trainingen na de koers merk ik dat ik harder door bochten ga, kruispunten sneller scan, en in het centrum van Maastricht handiger om voetgangers en fietsers heen slalom. In het zeldzame geval dat ik na de koers met de auto terug naar huis rijd, denkt mijn brein nog steeds dat ik in elk gaatje moet duiken en dubbel zo hard door elke bocht moet. Normaal gesproken rijd ik juist heel behoedzaam; zo erg dat mijn moeder laatst haar trein wilde halen en lichtelijk geïrriteerd zei: “Rijd niet zoals een bejaarde”.
Ook op de fiets heb ik de gewoonte ‘defensief’ te rijden. Het is een illusie om elk risico te kunnen mijden, maar ik probeer wel bedacht te zijn op potentieel gevaarlijke situaties. Kinderen op een fietspad, onoverzichtelijke zijstraten, ouderen op een e-bike die je eigenlijk wil inhalen maar aan wiens lichaamstaal al te zien is dat ze waarschijnlijk linksaf gaan slaan. Soms erger ik me aan het agressieve rijgedrag van andere wielrenners. Laatst zat een wat oudere wielrenner bijvoorbeeld in mijn wiel mee te liften. Net voor een door begroeiing onoverzichtelijk oversteekpunt minderde ik vaart, terwijl de man in kwestie keihard langs me sjeesde, blind het kruispunt over. Toen ik weer bij hem kwam vertelde hij me dat we als fietsers tegenwoordig voorrang hebben. Ik antwoordde dat ik daarvan op de hoogte was maar dat ik er toch nog niet helemaal klaar voor was om op een motorkap te belanden.
Het blijft lastig – de weg op een fatsoenlijke manier te delen, terwijl weggebruikers verschillende percepties van snelheid hebben. Ik worstel bijvoorbeeld nog altijd met het dilemma: wel of niet bellen. Vaak is er ruimte genoeg om mensen te passeren op een fietspad en schiet je er langs voordat ze het door hebben. Toch schrikken ze en krijg je vervolgens een boos “BELLEN!” naar je hoofd geslingerd. Bel je wel, dan schrikken ze al zo van het abrupte geluid dat dit ook een geïrriteerde snauw teweeg brengt. Of erger nog, dat ze links over hun schouder omkijken en daarmee hun hele fiets dwars over het fietspad laten slingeren.
Kortom, ik probeer risico’s zo veel mogelijk te vermijden tijdens training door defensief te rijden en tolerant te zijn voor medeweggebruikers. Ik vind het erg te lezen van alle ouderen die bij jou op de IC terecht komen na een verkeersongeval. Wellicht moeten we het verkeer anders inrichten, maar om te beginnen kunnen we allemaal extra goed op deze groep letten en rekening houden met onverwachte acties.
Jaarlijks krijgen zo’n 130.000 Nederlanders te maken met hersenletsel. Op de intensive care van het Maastricht UMC+ worden dagelijks patiënten behandeld die vechten voor hun leven. Ondanks alle inzet en moderne zorg verlaat meer dan 60% van hen het ziekenhuis met een blijvende, ernstige handicap. En dat terwijl er al meer dan 25 jaar nauwelijks vooruitgang is geboekt in de behandeling van ernstig traumatisch hersenletsel. Dat moet veranderen.
Het HersenStrijd Fonds, ondergebracht als Fonds op Naam binnen het Universiteitsfonds Limburg, zet zich in voor een betere behandeling van hersenletsel. Met steun van derden financiert het fonds baanbrekend onderzoek aan de Universiteit Maastricht en MUMC+ om de hersendoorbloeding zo bij te sturen dat meer hersencellen kunnen herstellen op de intensive care. Hoe meer cellen genezen, hoe kleiner de kans dat de patiënt invalide raakt, wat een enorme verbetering van de kwaliteit van leven betekent. Daarnaast voert het fonds ook vele bewustwordingcampagnes rondom fietsveiligheid.